Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.20 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:71.

Voor zover het onderdeel betoogt dat het hof zich had uit te laten omtrent de (on)rechtmatigheid van de inhoud van de e-mail van 8 december 2011, faalt de klacht bij gebrek aan feitelijke grondslag. Dahabshiil heeft bij inleidende dagvaarding in kort geding – onder meer – gevorderd [eiser] te gebieden tot verzending van een rectificatie met een Engelse tekst als vermeld in die dagvaarding aan dezelfde geadresseerden aan wie [eiser] zijn e-mail van 8 december 2011 heeft gestuurd. Aldus heeft Dahabshiil nadrukkelijk niet gevorderd een verklaring voor recht omtrent de (on)rechtmatigheid van de inhoud van die e‑mail. Dahabshiil heeft klaarblijkelijk slechts ter (nadere) afbakening van de groep personen aan wie een rectificatie per e-mail diende te worden gestuurd, aangesloten bij de personen aan wie de e-mail van 8 december 2011 is verzonden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9, en de alinea staat in dat document op bytes 54298 tot 55231.