Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 2.21 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:71.
Met zijn oordeel in rov. 13.2 heeft het hof derhalve niet miskend dat het had te beslissen omtrent de (on)rechtmatigheid van de inhoud van de e-mail van 8 december 2011. Dit was immers niet gevorderd. Zijn oordeel dat een rectificatie per e-mail dient te worden verzonden aan de geadresseerden aangeduid als vermeld in het petitum onder i van de appeldagvaarding van 27 december 2012 (dezelfde geadresseerden aan wie [eiser] zijn e-mail van 8 december 2011 heeft gestuurd) is in het licht van het vorenstaande niet onbegrijpelijk of anderszins onvoldoende gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9, en de alinea staat in dat document op bytes 55311 tot 55892.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9 | shasum -a 256