Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:71.
Vervolgens klaagt het onderdeel dat het hof in rov. 4.12 heeft miskend dat de omstandigheid dat (onder de vigeur van art. 3 WCOD oud) een gesteld diffamerende e-mail gericht is aan 40 geadresseerden woonachtig in verschillende landen, nog niet meebrengt dat de vordering ter zake van de rectificatie van die e-mail moet worden behandeld naar het recht van het Verenigd Koninkrijk (c.q. Engeland), ook niet indien (wat het hof volgens de steller van het middel kennelijk heeft bedoeld) het Verenigd Koninkrijk (c.q. Engeland) het land is waar de gestelde gelaedeerde het centrum van zijn belangen heeft. Het onderdeel voert daartoe aan dat, anders dan een website, een verzonden e-mail in principe niet wereldwijd raadpleegbaar is, maar slechts wordt gelezen door de ontvangers daarvan. Reeds deze enkele omstandigheid brengt mee dat de in rov. 4.11.2 bedoelde regel voor rechtsmacht van het arrest eDate in het geval van – kort gezegd – gestelde onrechtmatige uitlatingen op websites, niet analoog van toepassing is op het bepalen van het toepasselijke recht op gestelde onrechtmatige uitlatingen in een e-mail, aldus het onderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9, en de alinea staat in dat document op bytes 55972 tot 57156.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5ea24ae31b69c3da50070d14575d904c8e94a464b33b0e1b9bf7138f125693b9 | shasum -a 256