Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:732.

In de periode voorafgaande aan het tenlastegelegde heeft verdachte aan [betrokkene 1] , de vriendin van [betrokkene 2] (de vader van verdachte), gevraagd of haar vader haar zou helpen als zij -verdachte- een probleem zou hebben. [betrokkene 1] beantwoordt deze vraag bevestigend. Een paar weken vóór 21 juli 2012 -de pleegdatum- brengt verdachte met [medeverdachte] een bezoek aan [betrokkene 2] . Verdachte vertelt haar vader dat zij is verkracht dan wel dat zij tegen haar wil seks heeft gehad met [slachtoffer] en dat deze [slachtoffer] haar nog steeds lastigvalt. Vervolgens vraagt verdachte haar vader om hulp.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebf6f1970c2d31e047291d1de194cdb0bcdc02d97605efe12d79ba8e1dddf833. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebf6f1970c2d31e047291d1de194cdb0bcdc02d97605efe12d79ba8e1dddf833, en de alinea staat in dat document op bytes 13251 tot 13881.