Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:732.

Op zaterdag 21 juli 2012 is de jongste zoon van [betrokkene 2] jarig en wordt zijn verjaardag gevierd in de woning van [betrokkene 2] te Veenendaal. Op deze verjaardag zijn [medeverdachte] , verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 4] (de broer van [betrokkene 2] en daarmee-de oom van verdachte) aanwezig. [betrokkene 4] hoort die dag dat verdachte “verkracht” dan wel “aangerand” zou zijn door [slachtoffer] . Verdachte vertelde dat [slachtoffer] haar nog steeds lastig zou vallen met sms’jes dan wel via Facebook, in ieder geval telefonisch. Op enig moment rijden [medeverdachte] , verdachte, [betrokkene 2] en [betrokkene 4] naar de woning van verdachte aan de [a-straat 1] te Arnhem. [betrokkene 4] bestuurt de auto. Vanuit de auto telefoneert verdachte met [slachtoffer] . Zij vraagt [slachtoffer] om naar haar woning te komen. Via Facebook heeft verdachte [slachtoffer] op de mouw gespeld dat het uit is met haar vriend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebf6f1970c2d31e047291d1de194cdb0bcdc02d97605efe12d79ba8e1dddf833. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebf6f1970c2d31e047291d1de194cdb0bcdc02d97605efe12d79ba8e1dddf833, en de alinea staat in dat document op bytes 14887 tot 15837.