Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Alinea 52 Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:732.

Hoewel [slachtoffer] zwaar gewond en hulpeloos was, heeft geen van de aanwezigen -onder wie verdachte, door wier optreden de situatie, zoals gezegd, in het leven was geroepen- hem de nodige zorg verschaft. In plaats daarvan hebben zij de tijd genomen om de sporen van hun gedragingen eerst uit te wissen en vervolgens [slachtoffer] in de kofferbak van de auto gelegd en afgevoerd, waarbij verdachte op de uitkijk heeft gestaan.1 Het hof acht niet aannemelijk dat er bij één van de aanwezigen het voornemen of de gedachte bestond om [slachtoffer] naar een ziekenhuis te brengen. In plaats daarvan hebben drie van hen het slachtoffer midden in de nacht naar een afgelegen plek in een bos gebracht en hem daar aan zijn lot overgelaten. Het hof acht weliswaar niet bewezen dat verdachte wist dat [slachtoffer] op die plaats zou worden gedumpt, maar uit haar verklaring bij de rechter-commissaris van 2 oktober 20122 leidt het hof af dat het haar -hoewel zij zich bewust was van het feit dat [slachtoffer] ernstig gewond was geen biet interesseerde wat er met [slachtoffer] zou gebeuren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ebf6f1970c2d31e047291d1de194cdb0bcdc02d97605efe12d79ba8e1dddf833. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ebf6f1970c2d31e047291d1de194cdb0bcdc02d97605efe12d79ba8e1dddf833, en de alinea staat in dat document op bytes 22902 tot 23999.