Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Alinea 124 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

18. De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 15 april 2016 overwogen dat hij, anders dan door NVSA c.s. voorgesteld, geen aanleiding ziet in de prejudiciële procedure duidelijkheid te vragen over de grondslag van het door de Hoge Raad geformuleerde recht op verhoorbijstand. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter dat uit de Richtlijn thans nog geen recht op verhoorbijstand kan worden afgeleid, terwijl de Hoge Raad ook in het decemberarrest heeft geoordeeld dat uit de jurisprudentie van het Europese Hof geen ongeclausuleerd recht op verhoorbijstand kan worden afgeleid. De voorzieningenrechter gaat er in het licht van het voorafgaande vanuit dat het recht op verhoorbijstand met ingang van 1 maart 2016 is gebaseerd op het decemberarrest.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 50233 tot 50998.