Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Alinea 125 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.
19. Daarmee is evenwel niet het laatste woord gezegd. Naar mijn mening kan de erkenning van het recht op verhoorbijstand in het decemberarrest niet los worden gezien van de ontwikkelingen op Europees niveau. De erkenning van het recht op consultatiebijstand in het arrest van de Hoge Raad 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079, NJ 2009/349 is rechtstreeks gebaseerd op de uitleg die het Europese Hof aan art. 6 EVRM heeft gegeven. In de arresten van 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:770, NJ 2014/268 en in het decemberarrest wordt verwezen naar de rechtspraak van het Europese Hof en naar de Richtlijn. Nu het decemberarrest als zodanig geen overwegingen bevat die nader inzicht bieden in de reikwijdte en de vormgeving van het recht op verhoorbijstand, zal de beantwoording van de prejudiciële vragen mede moeten plaatsvinden tegen die Europeesrechtelijke achtergrond. Daarvoor is een nadere interpretatie van het decemberarrest nodig, in het bijzonder van de achtergronden van de erkenning van het recht op verhoorbijstand.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 51006 tot 52042.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60 | shasum -a 256