Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.
24. Uit het arrest volgt dat twee redenen zijn aan te wijzen voor de minder terughoudende benadering. In de eerste plaats wijst de Hoge Raad op het belang van de rechtszekerheid. In de tweede plaats wil de Hoge Raad voorkomen dat “een doeltreffende en voortvarende strafrechtspleging buitengewoon ernstig belemmerd (zal) worden” doordat prejudiciële vragen zouden worden gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Die vragen zouden duidelijkheid moeten verschaffen over de vraag of en, zo ja, in hoeverre aan de door art. 6 EVRM gegarandeerde rechten, die op grond van art. 6 van het Verdrag betreffende de Europese Unie van rechtswege algemene beginselen van het recht van de Europese Unie vormen, een recht op aanwezigheid van een advocaat bij het politieverhoor kan worden ontleend. Door het stellen van prejudiciële vragen zou de afdoening van strafzaken waarin een vergelijkbare vraag aan de orde is volgens de Hoge Raad “langdurig en onaanvaardbaar” kunnen worden vertraagd. Door de aanscherping van de regels betreffende de rechtsbijstand wordt deze in de ogen van de Hoge Raad onaanvaardbare consequentie voorkomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 59224 tot 60384.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60 | shasum -a 256