Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

35. Het Europese Hof verwees in de geciteerde overwegingen naar het arrest van het Hof in de zaak Salduz tegen Turkije, die betrekking had op rechtsbijstand bij het politieverhoor, en oordeelde “that the mere presence of the applicant’s lawyer in the hearing room cannot be considered to have been sufficient by Convention standards”. Ook in de zaak Gabrielyan tegen Armenië oordeelde het Europese Hof dat ”the mere presence of a lawyer is not sufficient to satisfy the requirements of Article 6 § 3 (c)”. Het Hof sprak in dit arrest zijn verontrusting uit over het feit dat de raadsman tijdens zijn aanwezigheid bij de onderzoeksmaatregelen, waaronder verhoren, volledig passief was gebleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 76497 tot 77280.