Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Onder 6.7 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

36. Gelet op het voorafgaande, ga ik ervan uit dat het recht op rechtsbijstand tijdens verhoren meeromvattend dan is dan het enkele recht op aanwezigheid van de advocaat bij het verhoor. Dat uitgangspunt wordt in de Beleidsbrief OM niet miskend. Deze biedt de raadsman immers de mogelijkheid om de verhorende ambtenaar erop opmerkzaam te maken dat de verdachte een hem gestelde vraag niet begrijpt, dat art. 29, eerste lid, Sv niet in acht wordt genomen en dat de fysieke of psychische toestand van de verdachte zodanig is dat deze een verantwoorde voortzetting van het verhoor verhindert. Daarnaast kan de raadsman – evenals de verdachte – een verzoek doen tot onderbreking van het verhoor voor onderling overleg en kan de raadsman voor de aanvang van het verhoor en na afloop daarvan opmerkingen maken of vragen stellen. NVSA c.s. menen dat deze bevoegdheden in het licht van het recht op verhoorbijstand niet ver genoeg reiken. De bewoordingen van het decemberarrest zijn in dit verband te algemeen om de NVSA c.s. daarin te volgen, terwijl het Europese Hof de lidstaten een ruime mate van vrijheid laat bij de vormgeving van het recht op verhoorbijstand.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 77309 tot 78484.