Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Alinea 154 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.
38. Op 1 januari 2012 is in België in reactie op de Salduz-jurisprudentie van het Europese Hof een wet in werking getreden die de bevoegdheden van de raadsman tijdens het politieverhoor regelt. Het Hof van Cassatie had in zijn uitspraak van 23 november 2010 reeds geoordeeld dat het recht op bijstand van een advocaat zoals neergelegd in art. 6, derde lid, onder c, EVRM inhoudt dat er gedurende het volledige vooronderzoek toegang moet zijn tot een advocaat, tenzij is aangetoond dat er dwingende redenen zijn om dit recht te beperken. In art. 2bis van de Wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis is thans bepaald dat de persoon die in het voorbereidend onderzoek van zijn vrijheid is beroofd recht heeft op bijstand door zijn advocaat tijdens politieverhoren. De bepaling luidt als volgt:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 79628 tot 80641.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60 | shasum -a 256