Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Alinea 157 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

40. Bij arrest van 14 februari 2013 heeft het Grondwettelijk Hof van België beslist op een verzoekschrift van de zijde van de Belgische advocatuur. Daarin stonden onder meer de beperkingen die de nieuwe wettelijke regeling verbindt aan het optreden van de advocaat tijdens het verhoor van zijn cliënt centraal. In dat kader is het hof, onder verwijzing naar de rechtspraak van het Europese Hof inzake art. 6 EVRM, onder meer ingegaan op de vraag of de raadsman tijdens het verhoor de verdachte actief moet kunnen wijzen op zijn rechten, waaronder het recht om te zwijgen. Het Grondwettelijk Hof heeft in dit verband het volgende overwogen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 85320 tot 85975.