Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Alinea 164 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

41. Het Grondwettelijk Hof beschouwt het recht op rechtsbijstand tijdens het verhoor aldus niet als een geïsoleerd recht, maar beziet dit in samenhang met andere rechten, waaronder het consultatierecht. De rol van de advocaat tijdens het verhoor wordt geplaatst tegen de achtergrond van de doelstelling te waken over de naleving van de fundamentele rechten van de verdachte. De mogelijkheden van de advocaat om daartoe op te treden zijn weliswaar beperkt, maar volgens het Grondwettelijk Hof kennelijk niet dusdanig beperkt, dat daarmee tekort wordt gedaan aan de essentie van het recht op verhoorbijstand. De middelen, die klagen dat de beperkingen die de wetgever heeft gesteld aan de mogelijkheden inzake het optreden van de advocaat tijdens het verhoor dat hij bewoont in strijd zijn met onder meer art. 6 EVRM, zijn volgens het Grondwettelijk Hof niet gegrond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 89789 tot 90668.