Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Alinea 165 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.
42. Tot 2011 bestond in Frankrijk geen recht op rechtsbijstand tijdens het politieverhoor. Wel mochten verdachten gedurende dertig minuten een advocaat raadplegen nadat zij waren aangehouden. Naar aanleiding van de Salduz-rechtspraak van het Europese Hof is de wetgeving aangepast. Thans heeft de verdachte recht op bijstand van een advocaat gedurende de garde à vue en tijdens het verhoor door de politie. Ook wordt hij op zijn zwijgrecht gewezen. Art. 63-3-1 en art. 63-4 van de Code de Procédure Pénale bevatten het recht op consultatie van een advocaat gedurende de inverzekeringstelling. Art. 63-4-2 van de Code de Procédure Pénale bevat een voorziening voor verhoorbijstand voor de verdachte. Zonder aanwezigheid van de raadsman kan in beginsel niet worden gestart met het verhoor, tenzij twee uren zijn verstreken sinds de raadsman op de hoogte is gesteld van het verhoor. Als het verhoor zonder raadsman is begonnen en deze alsnog verschijnt, wordt het verhoor onderbroken, opdat de verdachte met hem kan overleggen. In uitzonderlijke omstandigheden kan het recht op bijstand van een advocaat tijdens het verhoor worden opgeschort, zo valt in art. 63-4-2 Code de Procédure Pénale te lezen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 90728 tot 92108.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60 | shasum -a 256