Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Alinea 182 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.
52. In elk stadium van de strafprocedure kan de verdachte aldus een beroep doen op rechtsbijstand, ook voorafgaand aan het (eerste) politieverhoor. De politie moet de verdachte ook op dit recht wijzen. Daarbij gaat het om een recht op consultatie en niet om een recht op verhoorbijstand. Wanneer de verdachte wordt verhoord door de onderzoeksrechter voorafgaand aan het onderzoek ter terechtzitting, mag de raadsman tijdens dat verhoor aanwezig zijn (art. 168c lid 1 Strafprozessordnung). Voor verhoorbijstand bij politieverhoren is nog geen voorziening getroffen. Evenals in Nederland, is in de Duitse strafrechtelijke literatuur de vraag opgeworpen of uit het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM het recht voor de verdachte op bijstand door een advocaat tijdens het politieverhoor voortvloeit. In richtlijnen voor de politie is het standpunt ingenomen dat een dergelijk recht niet bestaat, hoewel in voorkomende gevallen niet is uitgesloten dat de officier van justitie toestaat dat een advocaat bij het verhoor aanwezig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 100300 tot 101550.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60 | shasum -a 256