Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Alinea 184 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

54. Uit de voorafgaande schets volgt dat in de besproken rechtsstelsels op verschillende manieren invulling wordt gegeven aan het recht op verhoorbijstand. In geen van de landen is het de raadsman toegestaan om vragen namens de verdachte te beantwoorden. In Engeland en Wales heeft de raadsman die tijdens het verhoor rechtsbijstand verleent de mogelijkheid om tijdens het verhoor te interveniëren. In België mag de advocaat enkel toezien op de naleving van bepaalde rechten voor de verdachte en is niet voorzien in een recht op interventie tijdens het verhoor om zijn cliënt op diens rechten, waaronder zijn zwijgrecht, te wijzen. Wel kan hij met dat doel – in beginsel eenmalig – om schorsing van het verhoor verzoeken. In Duitsland bestaat vooralsnog geen recht op bijstand van een advocaat tijdens het politieverhoor. In juni 2016 is een wetsvoorstel ingediend om de Richtlijn te implementeren, waarin evenmin is voorzien in een interventierecht tijdens het verhoor. Ook de Franse wettelijke regeling bevat daarvoor geen voorziening.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 102693 tot 103751.