Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Alinea 187 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.
56. De eerste prejudiciële vraag luidt of de regels die in de Beleidsbrief OM zijn opgenomen, in het bijzonder art. 4, onder b, art. 5 en art. 6, een beperking vormen van het recht op verhoorbijstand, zoals de Hoge Raad dit recht met zijn decemberarrest voor ogen heeft gehad. Bij een geïsoleerde beantwoording van deze vraag rijst het probleem dat de beoordeling of sprake is van een beperking afhankelijk is van de inhoud en de reikwijdte van het recht op verhoorbijstand, terwijl het decemberarrest daarvoor geen duidelijk kader biedt. De rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens laat de lidstaten in dit verband de nodige vrijheid bij de concrete invulling van het recht op verhoorbijstand. Ook de Richtlijn, aan de inhoud waarvan thans geen rechtstreeks werkende rechten of verplichtingen kunnen worden ontleend, biedt lidstaten de ruimte regels te stellen ten aanzien van de orde en de inrichting van het verhoor, mits deze de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht op verhoorbijstand niet aantasten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 104811 tot 105870.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60 | shasum -a 256