Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Alinea 188 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

57. Het komt mij dan ook voor dat een geïsoleerde beantwoording van de eerste vraag, zo al mogelijk, niet vruchtbaar is. Deze dient in onderlinge samenhang te worden bezien met de tweede vraag, die luidt of de beperkingen zijn te verenigen met de in het decemberarrest geformuleerde norm dat een verdachte recht heeft op bijstand van een raadsman tijdens zijn verhoor door de politie, behoudens bij het bestaan van dwingende redenen om dat recht te beperken. In het voorafgaande is betoogd dat slechts sprake kan zijn van een ontoelaatbare beperking van het recht op verhoorbijstand indien de toepassing van de regels in bijlage 2 bij de Beleidsbrief OM, ongeacht de omstandigheden van het geval, ertoe leidt dat aan een praktische en effectieve uitoefening van het recht op verhoorbijstand tekort wordt gedaan, in die zin dat sprake is van een schending van het recht op een eerlijk proces als bedoeld in art. 6 EVRM. Een verder strekkende reikwijdte van het recht op verhoorbijstand kan naar mijn mening aan het decemberarrest niet worden ontleend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 105878 tot 106942.