Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.
4. Het recht van degene tegen wie een vervolging aanhangig is op een effectieve verdediging door een raadsman wordt door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens aangemerkt als één van de fundamentele kenmerken van een eerlijk proces. Artikel 6, derde lid, sub c, EVRM bevat in dit verband geen nadere voorschriften ten aanzien van de wijze waarop de lidstaten aan het recht op rechtsbijstand invulling moeten geven. De lidstaten hebben daarbij de nodige vrijheid, zij het dat het recht op rechtsbijstand op zodanige wijze moet worden vormgegeven dat dit niet slechts theoretisch of illusoir is, maar praktisch en effectief. Het vereiste van een eerlijk proces brengt mee dat een verdachte in de gelegenheid moet worden gesteld gebruik te maken van “the whole range of services specifically associated with legal assistance”. Uit de rechtspraak van het Europese Hof volgt dat, behoudens dwingende redenen, een verdachte die door de politie is aangehouden aan art. 6 EVRM een aanspraak op rechtsbijstand kan ontlenen die inhoudt dat hem de gelegenheid wordt geboden om voorafgaand aan het verhoor door de politie aangaande zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit een advocaat te raadplegen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 16421 tot 17827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60 | shasum -a 256