Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

5. De vraag of aan art. 6 EVRM eveneens een recht op rechtsbijstand tijdens het politieverhoor kan worden ontleend, heeft meer discussie opgeleverd. De Hoge Raad heeft in dit verband in zijn arrest van 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079, NJ 2009/349 een onderscheid gemaakt tussen verhoren van minderjarigen en verhoren van meerderjarigen. De Hoge Raad overwoog dat uit de rechtspraak van het Europese Hof niet kan worden afgeleid dat de meerderjarige verdachte recht heeft op de aanwezigheid van een advocaat bij het politieverhoor. Aangehouden minderjarige verdachten hebben daarentegen wel recht op bijstand door een raadsman of een andere vertrouwenspersoon tijdens het verhoor door de politie. Op deze terughoudende interpretatie van de Europese rechtspraak ten aanzien van de verhoorbijstand in geval van meerderjarige verdachten is kritiek gekomen. Mijn ambtgenoot Aben verwees in zijn conclusie voorafgaand aan HR 6 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BQ8596 naar het arrest in de zaak Brusco, waarin het Europese Hof het recht op rechtsbijstand onder meer betrekt op de fase tijdens het politieverhoor:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 17833 tot 18951.