Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

9. De Richtlijn schrijft voor dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de verdachte het recht heeft dat zijn advocaat aanwezig is tijdens een politieverhoor en dat deze ook daadwerkelijk kan deelnemen aan dat verhoor. Van dit recht kan slechts in geval van nader aangeduide dwingende redenen worden afgeweken. De exacte invulling van het recht op verhoorbijstand wordt overgelaten aan de lidstaten zelf. De nationale regels betreffende de deelname van een advocaat aan het politieverhoor mogen de daadwerkelijke uitoefening en de essentie van het recht op verhoorbijstand niet aantasten. Daarbij is van belang dat een Europese richtlijn alleen verbindend is voor het resultaat, terwijl de lidstaten zelf de middelen mogen kiezen om dat resultaat te bereiken. De implementatietermijn van de Richtlijn verstrijkt op 27 november 2016. Dit brengt mee dat tot die datum geen rechtstreeks werkende rechten of verplichtingen aan de inhoud van de Richtlijn kunnen worden ontleend. Reeds uit het stellen van die termijn blijkt voorts dat de Europese regelgever aanvaardt dat zich de situatie kan voordoen dat de wetgeving van een lidstaat op dit moment nog niet voldoet aan de door de Richtlijn gestelde eisen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 25465 tot 26744.