Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Alinea 97 Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:736.

13. Bij de bespreking van art. 6 EVRM kwam aan de orde dat de Hoge Raad in het post-Salduzarrest van 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH3079, NJ 2009/349 heeft geoordeeld dat uit de rechtspraak van het Europese Hof niet kan worden afgeleid dat de volwassen verdachte recht heeft op de aanwezigheid van een advocaat bij het politieverhoor. In HR 1 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:770, NJ 2014/268 m.nt. Schalken oordeelde de Hoge Raad dat uit de door het Europese Hof beoordeelde gevallen niet zonder meer algemene conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van de reikwijdte van het recht op ‘verhoorbijstand’. In beide arresten heeft de Hoge Raad overwogen dat het opstellen van een algemene regeling van de rechtsbijstand ten aanzien van het verhoor van de verdachte door de politie, mede gelet op de beleidsmatige, organisatorische en financiële aspecten die daarmee zijn verbonden, de rechtsvormende taak van de Hoge Raad te buiten gaat. De Hoge Raad kwam tot de slotsom dat het op de weg van de wetgever ligt de invoering van de vereiste wettelijke regeling van de verhoorbijstand met voortvarendheid ter hand te nemen, maar dat niet kan worden uitgesloten dat het uitblijven van een wettelijke regeling te eniger tijd tot een andere afweging zal leiden bij de beoordeling van toekomstige gevallen waarin vragen naar de inhoud en de reikwijdte van het recht op ‘verhoorbijstand’ aan de Hoge Raad worden voorgelegd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aced184f56e804e3ab84f939046397233109b6cd13ae4ed4344593f8831ba60, en de alinea staat in dat document op bytes 36369 tot 37809.