Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2016

Onder 4.16 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:739.

(…) 3. Op het begrip 'uitbreidingsinvesteringen' gaat de Hoge Raad apart in als subsidiaire stelling van de inspecteur die voor het hof niet is behandeld. Blijkbaar heeft de inspecteur gesteld dat in het licht van de huuropbrengsten van de vervangende investering ten opzichte van de vervreemde bedrijfsmiddelen (90 000 t.o.v. 21 000) een dermate groot verschil bestaat dat de vervangende investering tevens een uitbreiding is. Het praktische gevolg van deze stelling is dat een geringer bedrag reeds vervanging oplevert en het restant van de vervangingsreserve moet vrijvallen. Strikt theoretisch is een uitbreiding geen vervanging omdat je alleen kunt vervangen wat er al is. In de korte toelichting (paragraaf 13, punt 13) bij de Wet IB 1964 is dit theoretische punt genuanceerd door goed te keuren dat een grotere capaciteit niet per se uitbreiding betekent. De Hoge Raad geeft nu aan dat uitbreiding voor een belanghebbende als de onderhavige uitsluitend moet worden bezien in termen van investeringsbedragen. Tot het bedrag van de opbrengst van de vervreemde bedrijfsmiddelen is geen sprake van uitbreiding. Bij deze beslissing past de kanttekening dat deze is gegeven voor het specifieke geval van ter belegging gehouden onroerende zaken. Bij andere bedrijfsmiddelen waarbij de economische functie concreter te duiden is (bijvoorbeeld een computer of andere machine), zou dit anders kunnen liggen. Ook hier verwacht ik echter dat het begrip uitbreiding theoretisch zal blijven gezien de opmerkingen in de korte toelichting over vergrote capaciteit die niet zomaar uitbreiding oplevert. Een laatste kanttekening die ik plaats, is dat ik de beslissing praktisch acht, maar theoretisch onjuist. Uitbreiding of niet zou eigenlijk moeten worden afgemeten aan de (technische) specificaties van het desbetreffende bedrijfsmiddel en dan met name aan de capaciteit en niet aan het investeringsbedrag. De oplossing van de Hoge Raad heeft het (grote) voordeel dat moeilijke discussies over wat capaciteit precies is, worden vermeden. Ook de vraag waar de grens ligt van een capaciteitsvermeerdering die nog geen uitbreiding is, wordt vermeden. In de onderhavige casus wordt meer geïnvesteerd dan de opbrengst van de vervangen onroerende zaken. Dan zou wel een uitbreiding aan de orde kunnen zijn, maar dat heeft geen effect op de vervangingsreserve omdat ook meer is geïnvesteerd. (…)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e2998f644b1d840a596ed8bad40a416372dbd59c96202d5880fb90d0e89084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e2998f644b1d840a596ed8bad40a416372dbd59c96202d5880fb90d0e89084, en de alinea staat in dat document op bytes 52543 tot 54942.