Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2016

Onder 3.4 Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:739.

Volgens de Staatssecretaris heeft het Hof in de eerste plaats ten onrechte geoordeeld dat onweersproken vaststaat dat belanghebbende een relevant herinvesteringsvermogen had. Daarnaast heeft het Hof volgens de Staatssecretaris zijn oordeel dat sprake is van een voornemen tot herinvestering, ten onrechte gegrond op de aanname dat belanghebbende in de omliggende jaren vervangende investeringen heeft gedaan. Volgens de Staatssecretaris kunnen de door belanghebbende aangekochte gronden niet worden aangemerkt als herinvestering in de zin van artikel 3.54 Wet IB 2001, omdat (i) verpachte grond lijkt te zijn vervangen door onverpachte grond, en (ii) sprake is van een uitbreidingsinvestering (de 18 hectare grond is vervangen door 115 hectare grond). De nieuwe grond vervult, met andere woorden, economisch niet dezelfde functie in de onderneming als de vervreemde grond.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b8e2998f644b1d840a596ed8bad40a416372dbd59c96202d5880fb90d0e89084. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b8e2998f644b1d840a596ed8bad40a416372dbd59c96202d5880fb90d0e89084, en de alinea staat in dat document op bytes 25098 tot 25984.