Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 6.2. Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:747.

Uit de bewijsvoering volgt dat het hof feitelijk heeft vastgesteld dat de verdachte tezamen en in vereniging met zijn twee mededaders op zeer gewelddadige wijze geweld heeft uitgeoefend tegen het slachtoffer [slachtoffer] door hem te slaan en schoppen, onder meer tegen zijn hoofd. Door een van de klappen tegen zijn hoofd is [slachtoffer] “knock-out” gegaan en heeft hij dus het bewustzijn verloren. Vervolgens is mede door toedoen van de verdachte het slachtoffer zwaargewond, in hulpeloze toestand op een afgelegen plek achtergelaten. Dat het hof uit deze omstandigheden heeft afgeleid dat de verdachte voorwaardelijk opzet op de dood van [slachtoffer] heeft gehad, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is evenmin onbegrijpelijk, nu in het algemeen geldt dat de kans dat [slachtoffer] door deze gedragingen van de verdachte zou kunnen overlijden naar algemene ervaringsregelen aanmerkelijk is te achten en die kans blijkens die gedragingen door de verdachte willens en wetens is aanvaard, terwijl van bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten leiden niet is gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7c1751d818b62001bae37c362f66ebd56d6caaf015e2040e9da615740509e5e8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7c1751d818b62001bae37c362f66ebd56d6caaf015e2040e9da615740509e5e8, en de alinea staat in dat document op bytes 37378 tot 38565.