Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.

Het in de artikelen 249 en 250 Rv neergelegde uitgangspunt is dat het de eiser vrijstaat na het uitbrengen van de dagvaarding, doch voordat de gedaagde voor antwoord heeft geconcludeerd, afstand te doen van instantie. De consequentie die daaraan wordt verbonden is dat de eiser de door de gedaagde reeds gemaakte proceskosten aan hem moet vergoeden. Niet valt in te zien dat de aard van het kort geding zich tegen de (analoge) toepassing van de artikelen 249 en 250 Rv zou verzetten. Waarom dit – in weerwil van het bepaalde in artikel 78 Rv dat bepaalt dat de tweede titel van boek 1 van Rv toepasselijk is op alle dagvaardingszaken tenzij een andere bijzondere wettelijke regeling van toepassing is (en voor het kort geding tenzij de aard van het kort geding zich daartegen verzet) – niet door de wetgever zou zijn beoogd, zoals City Box heeft gesteld, is door haar niet steekhoudend onderbouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 42954 tot 43868.