Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 4.8. Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.

De voorzieningenrechter stelt vast dat deze facturen betrekking hebben op de maanden juli, september, oktober en november 2014. Uit de bij deze facturen behorende specificaties blijkt dat de advocaat van ASB laatstelijk op 26 november 2014 vijf minuten heeft besteed aan “studie dossier”. Verder heeft de advocaat van ASB in november 2014 een viertal brieven aan ASB gestuurd, gedurende tien minuten gebeld en vijf minuten besteed aan een brief aan X. Geoordeeld wordt dat uit deze specificaties niet kan worden afgeleid dat deze werkzaamheden strekten ter voorbereiding van gedingstukken en ter instructie van de zaak, als bedoeld in artikel 241 Rv. De stelling dat de advocaat van ASB ter zake van de pleitnota en het in orde maken van de noodzakelijke producties wordt derhalve verworpen. Wat betreft de op de overige specificaties vermelde werkzaamheden wordt nog overwogen dat in die maanden het onderlinge overleg nog plaatsvond, zodat ook die werkzaamheden zonder nadere toelichting en/of feitelijke onderbouwing niet toegeschreven kunnen worden aan het opstellen van een pleitnota en/of het in orde maken van de producties.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 48974 tot 50122.