Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.

De Lange sluit toepassing van art. 127 Rv niet uit, maar is een voorstander van overeenkomstige toepassing van de art. 249 en 250 Rv. Z.i. kan art. 9.1 Procesreglement in lijn met de regeling in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering worden uitgelegd, namelijk als de uitwerking voor het kort geding van art. 249 lid 1 Rv. Daaruit vloeit in beginsel ook de toepasselijkheid van art. 249 lid 2 Rv over de vergoeding van de kosten voort. De tweede volzin van art. 9.1 Procesreglement kan daaraan als niet-algemeen verbindende regeling niet afdoen, maar deze bepaling sluit niet uit dat de gedaagde wel degelijk een vordering heeft, waarvoor hij via een aparte procedure en eventueel bij een andere rechter een titel kan krijgen en wel door toepassing van art. 250 lid 4 Rv .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 53126 tot 54045.