Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.
In reactie op De Lange betoogt Van Eek dat de wet een lacune bevat waarin art. 9 van het Procesreglement voorziet. Het Procesreglement bevat regels voor de kortgedingprocedure die niet in de wet staan en is dus niet zozeer een uitwerking van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering als wel een zelfstandig reglement dat voorziet in situaties waarin de wet dat nalaat. Art. 127 Rv verhoudt zich z.i. niet met het karakter van het kort geding omdat de vereisten haaks staan op het “processuele karakter in kort geding”. Daarnaast is het in zijn ogen juist dat voorzieningenrechters toepasselijkheid van art. 249 en 250 Rv in kort geding uitsluiten omdat deze artikelen naar hun aard onverenigbaar zijn met het kort geding: er is geen rol en door intrekking van de zaak vindt geen zitting plaats .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 54125 tot 55003.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c | shasum -a 256