Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 2.37 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.

De eiser bepaalt in de procesinleiding het moment waarop de verweerder uiterlijk in de procedure kan verschijnen (artikel 30a, derde lid, onder c, Rv). Tot dit moment kan de eiser zijn zaak intrekken en (gedeeltelijke) terugbetaling van het griffierecht ontvangen, voor zover de verweerder niet eerder voor deze aangezegde, uiterste datum in de procedure is verschenen. Het nieuwe artikel 114 Rv geeft aan op welke wijze een verweerder in de procedure kan verschijnen. Deze in artikel 114 Rv genoemde wijzen van verschijning sluiten aan bij hetgeen nu gebruikelijk is en zijn kenbare en objectief bepaalbare momenten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 65598 tot 66229.