Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 2.39 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.

Ik zie geen reden waarom dit principe niet ook in een kortgedingprocedure zou moeten/kunnen gelden. Belangrijker dan het argument dat de letter van hetzij art. 127 hetzij art. 249 Rv botst met de aard van het kort geding (en de kortgedingprocedure) in eerste aanleg, is m.i. het argument dat het redelijk kan zijn dat de gedaagde partij bij eenzijdige beëindiging van de procedure vóór de behandeling in kort geding een vergoeding voor zijn kosten ontvangt. De grondslag is mij in feite om het even.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 68985 tot 69501.