Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 2.57 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.

Voor zover de tweede volzin van art. 9.1 Procesreglement als een categorisch afwijzen van een kostenvergoeding wordt uitgelegd en dus als een voorschrift hoe de eisende partij een kortgedingprocedure kosteloos kan intrekken, is art. 9.1 Procesreglement in strijd met art. 249 lid 2 Rv in samenhang met art. 250 lid 4 Rv alsmede (i.g.v. een IE-kortgeding) in strijd met de art. 1019 en 1019h Rv in verbinding met art. 14 Handhavingsrichtlijn en daarmee onverbindend (zie hiervoor onder 2.17). Dan zou rechterlijk overgangsrecht moeten worden vastgesteld aangezien eerst door de beantwoording van de onderhavige prejudiciële vragen door Uw Raad duidelijk wordt dat art. 9.1 Procesreglement onverbindend is en welke weg moet worden gevolgd bij intrekking van een kort geding .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 82483 tot 83334.