Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.

Art. 127 lid 2 Rv bepaalt vervolgens dat indien de gedaagde van deze in het eerste lid gegeven bevoegdheid gebruik maakt, hij tevens bevoegd is te vorderen dat hij van de instantie wordt ontslagen met veroordeling van de eiser in de kosten. In dat geval biedt de rechter gedurende een door hem te bepalen termijn aan de eiser de gelegenheid om hetzij op de voet van art. 123 lid 1 Rv advocaat te stellen, hetzij bij akte te verklaren dat hij wenst voort te procederen. Indien de eiser van deze gelegenheid geen gebruik maakt, wordt de vordering toegewezen (nog steeds art. 127 lid 2 Rv) en zal de rechter gedaagde dus van de instantie ontslaan met veroordeling van eiser in de proceskosten. De door de gedaagde op dat moment gemaakte proceskosten als bedoeld in de art. 237-239 Rv zijn in ieder geval het griffierecht en de kosten voor inschrijving van de zaak op de rol volgens het liquidatietarief.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 27841 tot 28755.