Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 2.9 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.

Een fase verder, te weten tot het moment dat de gedaagde partij voor antwoord heeft geconcludeerd , biedt de regeling van de afstand van instantie in Boek 1, titel 2, afdeling dertien , tweede paragraaf (art. 249 en 250 Rv) aan eiser een mogelijkheid om zonder medewerking van de gedaagde een einde te maken aan de procedure. Op de voet van art. 249 lid 2 Rv is de eiser alsdan verplicht de proceskosten van de gedaagde te betalen. Deze kosten zijn dezelfde kosten als bedoeld in de art. 237 e.v. Rv en worden op dezelfde wijze begroot . Aangezien de gedaagde partij nog geen enkele proceshandeling heeft verricht, zijn de kosten beperkt tot het griffierecht en de eventuele kosten van een voordien gehouden voorlopige verrichtingen, zoals voorlopig getuigenverhoor, voorlopig deskundigenbericht en voorlopige plaatsopneming .

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 28834 tot 29926.