Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.

De vraag of deze toepasselijkheid meebrengt dat ook het voorschrift van art. 127 Rv in kort geding moet worden toegepast, is door de verschillende voorzieningenrechters verschillend beantwoord. De voorzieningenrechter te Utrecht oordeelde in 2003 dat een kortgedingzaak moet worden geacht op de rol te zijn geplaatst op het moment dat de dagvaarding door de procureur van de eisende partij aan de griffier van de voorzieningenrechter wordt overgelegd en dat intrekking van de dagvaarding geen beletsel vormt voor de wederpartij om de zaak op de rol in te schrijven en de voorzieningenrechter te verzoeken een proceskostenveroordeling uit te spreken. Enige maanden daarvoor heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag de door de gedaagde in verband met het ingetrokken kort geding gemaakte en door deze gevorderde kosten verstaan als een vordering in reconventie en deze toegewezen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 37633 tot 38667.