Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:75.
In de zaak Containerbox/City Box, die leidde tot het arrest van het gerechtshof Den Haag van 25 november 2014, had de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag door middel van een griffiersbrief aan de gedaagde partij Containerbox laten weten – kort gezegd – dat het kort geding als ingetrokken werd beschouwd en dat voor de verzochte proceskostenveroordeling geen plaats was . In het daarop ingestelde hoger beroep heeft het hof die mededeling als een beslissing van de voorzieningenrechter tot weigering van het bevelschrift op de voet van art. 250 Rv aangemerkt. In de rechtsoverwegingen 4.2-4.7 heeft het hof uitvoerig gemotiveerd waarom het de art. 249 en 250 Rv van overeenkomstige toepassing acht in kortgedingprocedures. Omdat in die motivering ook uitgebreid wordt ingegaan op de tegenargumenten, die deels ook blijken uit de hiervoor genoemde rechtspraak van de voorzieningenrechters, citeer ik genoemde rechtsoverwegingen volledig:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c, en de alinea staat in dat document op bytes 40983 tot 42009.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/56c7f503e6895dc4acfaef791c80815d7d68649d71be1e89cae0d1cdd660f96c | shasum -a 256