Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 4.25. Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:756.

In mijn commentaar op de conclusie van A-G IJzerman wees ik er reeds op dat aan het toedelen van delen een vraag vooraf gaat[, A-G] namelijk: wat is überhaupt een deel? Ik stelde mij op het standpunt dat een ‘deel’ bestemd moest zijn tot afzonderlijk – weliswaar niet-zelfstandig – gebruik door een individu of huishouden omdat anders van iedere traptrede of iets dergelijks zou moeten worden beoordeeld of dat een deel is of niet en of dat al dan niet moet worden toegedeeld aan de regeling van art. 220e Gem.w. De Hoge Raad omzeilt dit door het begrip ‘ruimte’ onder het begrip ‘deel’ te laten vallen. Alle ‘ruimten’ in dergelijke objecten die dezelfde functie hebben als in een woning vallen in ieder geval onder het begrip ‘deel’ van art. 220e Gem.w., maar wellicht valt er meer onder. Daarover wordt echter gezwegen. Hetzelfde lijkt de Hoge Raad met het begrip ‘dienstbare delen’ te doen door alle ‘verkeersruimten’ die voor de toegang tot de ‘woonruimten’ dienen – in algemene zin – onder de regeling van art. 220e Gem.w. te laten vallen, al noemt de Hoge Raad het begrip ‘dienstbare delen’ als zodanig in dit verband niet, zoals de advocaat-generaal dat deed.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70ab5ede42c3499f26650a110ac7d81e8eedbed41ab34317e3fb1f4300225aaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70ab5ede42c3499f26650a110ac7d81e8eedbed41ab34317e3fb1f4300225aaa, en de alinea staat in dat document op bytes 102146 tot 103370.