Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2016

Onder 6.4 (…) Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 juli 2016, ECLI:NL:PHR:2016:756.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de onderhavige onroerende zaak, op grond van de woonfunctie, als woning in de zin van de OZB te worden aangemerkt. De onderhavige onroerende zaak is immers naar aard, indeling en bestemming een woning. Dat de recreatiewoning feitelijk niet of slechts in zeer beperkte mate aan eiser zelf ter beschikking staat, doet daaraan niet af. Doorslaggevend is naar het oordeel van de rechtbank niet het perspectief van de eigenaar, maar van de gebruiker. Gedurende het verblijf van de huurder wordt de recreatiewoning voorts geheel gebezigd voor woondoeleinden. Hieruit volgt dat de onroerende zaak ook in die perioden ‘tot woning dient’, als bedoeld in artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/70ab5ede42c3499f26650a110ac7d81e8eedbed41ab34317e3fb1f4300225aaa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 70ab5ede42c3499f26650a110ac7d81e8eedbed41ab34317e3fb1f4300225aaa, en de alinea staat in dat document op bytes 111682 tot 112429.