Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016
Onder 3.10 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:758.
In zijn dissertatie uit 1903 verwerpt Willeumier voor het Nederlandse recht de, op dat moment recente, regel van § 301 BGB. Hij erkent het billijkheidsargument, dat deze regel voorkómt dat (buiten het geval van consignatie) de schuldeiser voordeel trekt uit zijn verzuim. Hij meent echter dat de ten gunste van deze bepaling aangevoerde redenen − dat de debiteur reeds last genoeg van de mora van zijn schuldeiser ondervindt, dat het genot wat hij van het geleende geld na het aanbod kan hebben zeer problematisch is, en dat men de debiteur niet tot consignatie heeft willen dwingen − van onvoldoende gewicht zijn. Willeumier wijst op de onbillijkheid dat de schuldenaar voordeel kan trekken van het geld en wellicht een aanbod doet om alleen van de interessen-betaling ontslagen te worden. Zijns inziens zal het voor de schuldeiser vrijwel ondoenlijk zijn om te bewijzen, dat de schuldenaar tijdens het schuldeisersverzuim voordeel heeft getrokken van het geld. De bezwaren tegen § 301 BGB acht Willeumier dan ook “veel grooter dan de onbillijkheid die er in kan gelegen zijn van den debiteur de geringe moeite der consignatie te vragen.” Bovendien is zijns inziens terecht dat de schuldenaar gehouden blijft rente, dat wil zeggen een gebruiksvergoeding voor het geleende geld, te betalen zolang hij gebruik maakt of kan maken van het geleende geld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40, en de alinea staat in dat document op bytes 53826 tot 55264.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40 | shasum -a 256