Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Onder 3.13.3 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:758.

“De mogelijkheid van inbewaringstelling van geldsommen (consignatie) is van aanzienlijk minder betekenis. Voor de schuldenaar zal het veelal aantrekkelijker zijn om het geld in eigen vermogen te houden en de opbrengsten daarvan te genieten tot het tijdstip dat tot daadwerkelijke betaling moet worden overgegaan. Consignatie zal echter voor hem van nut kunnen zijn, wanneer het gaat om een geldschuld waarover een bedongen rente loopt. Hij zal dan immers een beroep kunnen doen op artikel 11 [6:68; A-G] voor wettelijke rente is dit artikel niet van belang, omdat deze alleen loopt zolang de schuldenaar in verzuim is, hetgeen krachtens artikel 4 [6:61; A-G] bij verzuim van de schuldeiser niet het geval is. Om vergelijkbare redenen is het begrijpelijk dat in de huidige praktijk consignatie op de voet van de artikelen 1440 e.v. BW zeldzaam is, hoewel deze artikelen – anders dan het ontwerp – de schuldenaar die tot consignatie overgaat, definitieve bevrijding in het vooruitzicht stelt.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40, en de alinea staat in dat document op bytes 66492 tot 67603.