Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016
Onder 3.14 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:758.
Uit de toelichtende stukken bij art. 6:66 e.v. BW zou kunnen worden afgeleid dat de veronderstelling voorzat, dat alleen door middel van consignatie van de verschuldigde geldsom de schuldenaar zou kunnen bereiken dat de bedongen rente niet doorloopt. Deze lezing zou in die zin in overeenstemming zijn met de gedachte dat de regeling van het schuldeisersverzuim beoogt de nadelen weg te nemen die voor de schuldenaar verbonden zijn aan het niet kunnen nakomen van zijn verbintenis, dat het nadeel van het doorlopen van de bedongen rente kan worden weggenomen door middel van consignatie. Deze lezing zou, tegen de achtergrond van de hiervoor genoemde opvatting onder het BW van 1838 verklaren waarom in de parlementaire geschiedenis alleen aandacht wordt besteed aan de mogelijkheid om langs deze weg van de renteverplichting bevrijd te worden (en alleen § 379(2) BGB wordt genoemd, maar niet § 301 BGB).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40, en de alinea staat in dat document op bytes 68254 tot 69243.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40 | shasum -a 256