Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Onder 3.16 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:758.

In de praktijk zal veelal niet duidelijk zijn of sprake van is schuldenaars- dan wel schuldeisersverzuim zolang tussen partijen discussie bestaat over de vraag waartoe zij jegens elkaar gehouden zijn. De schuldenaar zal er dan vaak de voorkeur aan geven de geldsom zelf te behouden (en te benutten) tot het moment dat duidelijkheid ontstaat over de inhoud van de rechtsverhouding tussen partijen. Dat is echter niet alleen een kwestie van renteverschil (waarop de parlementaire geschiedenis wijst) of van liquiditeit, maar het is vaak gewoon verstandig. Wanneer partijen in redelijkheid van mening kunnen verschillen over de inhoud van hun afspraak, is er namelijk ook onzekerheid over de vraag of het aanbod tot nakoming van de schuldenaar (welk aanbod diens opvatting over de afspraak zal reflecteren) afdoende is en dus onzekerheid over de vraag of sprake is van schuldeisersverzuim. Mocht de schuldenaar de discussie over de uitleg van de overeenkomst verliezen, dan zal hij alsnog het verschuldigde, inclusief (bedongen) rente en kosten, aan de schuldeiser moeten betalen. Met het oog op dat risico zal een redelijk handelde schuldenaar er vaak de voorkeur aan geven om de geldsom aan zich te houden (en bijvoorbeeld rentedragend bij een bank onder te brengen) en niet in consignatie te geven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40, en de alinea staat in dat document op bytes 72083 tot 73458.