Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016
Onder 3.22.2 Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:758.
Een op art. 6:212 BW gebaseerde benadering leidt ertoe dat in daartoe geëigende gevallen, afhankelijk van de concrete rechtsverhouding en de omstandigheden van het geval, kan worden voorkómen dat de schuldenaar een onredelijk voordeel trekt uit het schuldeisersverzuim. Deze grondslag lijkt met name geschikt als het gaat om de vraag of een concreet genoten voordeel moet worden afgedragen. Het bezwaar dat de schuldeiser niet exact zal kunnen aantonen welk voordeel de schuldenaar van de betreffende geldsom heeft genoten (zie 3.10), telt tegenwoordig niet zo zwaar meer nu daarmee zowel materieelrechtelijk als bewijsrechtelijk rekening zou kunnen worden gehouden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40, en de alinea staat in dat document op bytes 82941 tot 83686.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2ecc231926960653d0e1b62a5396544c0db844730b193d59cdcbfd86676bfe40 | shasum -a 256