Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:76.

In rov. 4.31 stelt het hof voorop dat artikel 6:104 BW niet een vordering tot winstopdracht geeft, maar voorziet in een discretionaire bevoegdheid van de rechter om de schade te begroten op het bedrag van de door het onrechtmatige handelen genoten winst in gevallen waarin de omvang van de daadwerkelijk geleden schade niet kan worden vastgesteld. Het hof verwijst in verband hiermee onder meer naar HR 18 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL9662, NJ 2015, 33, m.nt. T. Hartlief. In rov. 3.3.2 van dit arrest overweegt de Hoge Raad het volgende:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b23189417db4d35ced66dc9d15d4c852f8df479240b07729cf93d7dd286b729. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b23189417db4d35ced66dc9d15d4c852f8df479240b07729cf93d7dd286b729, en de alinea staat in dat document op bytes 52814 tot 53366.