Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:76.

De subonderdelen 2.3 t/m 2.5 hebben betrekking op de beoordeling van het hof in de rov. 4.24 t/m 4.26 van de door de private financiers gestelde, in rov. 4.23, sub a, b en d kort aangeduide schade. Het hof laat de schadevordering reeds afstuiten op het ontbreken van het vereiste causale verband dat volgens de private financiers hieruit bestaat dat zij, indien gedeputeerden wel een voorbehoud hadden gemaakt omtrent de voor een eenmalige huurverlaging vereiste toestemming van Provinciale Staten dan wel hen hadden gewaarschuwd voor het inspanningskarakter van de verplichting deze eenmalige huurverlaging te realiseren, de desbetreffende verplichtingen van het reddingsplan niet op zich zouden hebben genomen. Naar het oordeel van het hof hebben Vitesse c.s. in het licht van het door de Provincie gevoerde verweer onvoldoende gesteld om te kunnen oordelen dat de private financiers anders zouden hebben gehandeld, indien begin juli 2001 door de gedeputeerden wel het genoemde voorbehoud was gemaakt of de waarschuwing was gegeven. Voor dit oordeel geeft het hof een onderbouwing met een reeks van feiten en omstandigheden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b23189417db4d35ced66dc9d15d4c852f8df479240b07729cf93d7dd286b729. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b23189417db4d35ced66dc9d15d4c852f8df479240b07729cf93d7dd286b729, en de alinea staat in dat document op bytes 41800 tot 42939.