Citaat | Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 19 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:76.

Het is niet onbegrijpelijk dat deze feiten en omstandigheden, indien men hen – zoals hoort te gebeuren – in onderlinge samenhang beschouwt, het hof tot het bestreden oordeel hebben gebracht. Dat geldt onverminderd, indien men de diverse stellingen van de private financiers in aanmerking neemt waarnaar in subonderdeel 2.4 en subonderdeel 2.5, sub d. en e., wordt verwezen. Voor wat die stellingen betreft, ligt in het aannemen van de feiten en omstandigheden, waarop het hof zijn oordeel inzake het ontbreken van het causaal verband baseert, besloten dat het hof hen voor niet juist heeft gehouden, althans hen ongenoegzaam heeft geacht om dat wat de Provincie ter betwisting van het causaal verband heeft aangevoerd te ontzenuwen. De beweringen in subonderdeel 2.5, sub a., b. en c., betreffen niet meer dan eigen meningen en waarderingen van de private financiers en zijn als zodanig niet voldoende om de onbegrijpelijkheid van ’s hofs causaliteitsoordeel aan te tonen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6b23189417db4d35ced66dc9d15d4c852f8df479240b07729cf93d7dd286b729. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6b23189417db4d35ced66dc9d15d4c852f8df479240b07729cf93d7dd286b729, en de alinea staat in dat document op bytes 49439 tot 50431.