Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:77.

In geval van een faillissement is een onderscheid te maken tussen wat van het vermogen van de failliet tot de faillissementsboedel behoort en wat niet. Blijkens artikel 20 Fw is het uitgangspunt dat tot de faillissementsboedel behoort het gehele vermogen van de failliet (diens activa) ten tijde van de faillietverklaring en hetgeen hij gedurende het faillissement aan activa verwerft. Maar in de artikelen 21 en 22 Fw worden activa vermeld die buiten de faillissementsboedel blijven. Op de dag waarop hij failliet wordt verklaard, verliest de failliet de beschikking en het beheer over zijn tot het faillissement behorend vermogen; de beschikkings- en beheersbevoegdheid over dat vermogen valt toe aan de curator (artikelen 24 en 68 Fw). Op de uitoefening door de curator van die bevoegdheid houdt de rechter-commissaris toezicht (artikel 64 Fw).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83, en de alinea staat in dat document op bytes 21397 tot 22260.