Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:77.

“(…) dat hem – [de failliet] – in artikel 126 Fw de bevoegdheid is gegeven zich te verzetten tegen de erkenning van een vordering zonder dat dit verzet leidt tot een verwijzing van betrokken partijen naar de renvooiprocedure. Het rechtsgevolg van een dergelijke betwisting door de gefailleerde is (slechts) dat, in afwijking van artikel 196 Fw, het proces-verbaal van de verificatievergadering na beëindiging van het faillissement, tegenover de gefailleerde geen voor tenuitvoerlegging vatbare titel oplevert. Het zou onverenigbaar zijn met dit wettelijk stelsel indien de gefailleerde wel als partij in de zin van artikel 67 Fw zou kunnen opkomen tegen een beschikking waarin de rechter-commissaris weigert de curator te verplichten vorderingen (met een beroep op verjaring) te betwisten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83, en de alinea staat in dat document op bytes 32163 tot 33056.