Citaat | Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 4 maart 2016, ECLI:NL:PHR:2016:77.

Deze klacht faalt, omdat de uitgesproken niet-ontvankelijkheid niet voortspruit uit een miskenning aan de zijde van de rechtbank dat DSM als ‘partij’ bij de beschikking d.d. 13 februari 2015 van de rechter-commissaris krachtens artikel 67 Fw bevoegd was tegen die beschikking hoger beroep in te stellen. De rechtbank komt tot zijn beslissing van niet-ontvankelijkheid op de grond, kort gezegd, dat voor het bewerkstelligen van een opdracht aan de Curator om de verjaring in te roepen van de vorderingen betreffende rente die na het ingaan van het eerste faillissement van [verzoekster 1] is vervallen, de weg van de artikelen 69 jo. 67 Fw voor gefailleerde niet openstaat vanwege het in de faillissementswet neergelegde stelsel van verificatie van vorderingen en de in dat kader in de artikelen 126 en 196/197 Fw ten behoeve van de failliet getroffen voorzieningen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e7377b6a5b3c9dfa0acc0b2e834dc23bb308b4de0363d7ed4aad7a8663d2ee83, en de alinea staat in dat document op bytes 34202 tot 35086.